Je hoofd erbij houden

De tradities van het koppensnellen zijn vanuit Kalimantan naar Sarawak gekomen. Het begon met een wraakactie van een man tegen een ander en groeide uit tot een groot ritueel. Je kwam thuis met een hoofd om je liefje haar hart te winnen of het waren trofeeën uit gevechten tussen dorpen. Hoe dan ook, een afgehakt hoofd werd met meer respect behandeld als een hoofd met lichaam. De koppensnellers geloofden namelijk dat de geesten van de hoofden het dorp zouden beschermen tegen ongeluk. Hoe meer hoofden je had, hoe meer bescherming je dus ook kreeg.

Voordat een hoofd een dorp binnen mocht, moest het eerst even in een hut blijven waar ze aan het plafond werden gehangen. Als het veilig was kon het hoofd pas meegenomen worden in een woning. Dan werd het hoofd zelfs vereerd, want men geloofde dat als de hoofden niet gelukkig waren, ze ook geen bescherming boden. Wij hebben een gelukskettinkje of lievelingsshirt, zij hadden een serie hoofden aan het plafond.

Ervan verzekerd dat deze tradities tegenwoordig tot de geschiedenis behoren traden wij in de diepe jungle in de voetsporen van de koppensnellers. Het geluk stond niet aan onze kant, want door de vele regen van de voorgaande nacht stond de route grotendeels onder water. Al aan het begin van de tocht werd onze grootste nachtmerrie waarheid. De bloedzuigers die de groep die net klaar was van zich af had getrokken kropen meteen onze kant op. Snel bedekten we onze benen en trokken fatsoenlijke schoenen aan.

Nog geen 100m verder komen we de eerste plas water tegen. Eromheen kunnen we niet, dus zijn we totaan onze knieën nat. Al snel proberen we het water al niet meer te ontwijken. We liepen tussen de torenhoge bomen door die bedekt waren met mos en planten. Door het dak van de jungle kwam maar af en toe een zonnestraaltje heen. De luchtvochtigheid was hoog en al snel waren kleren doordrenkt met zweet en cameralensen vol condens. Om ons heen klonk getjirp, geluiden als een racebaan, het druppen van de natte bladeren en een hoog gepiep dat veroorzaakt werd door tientallen kleine beestjes.

Het pad was smal en aan beide kanten aangegeven met een rij stenen. Je moest goed opletten want de jungle wilde je het liefst houden. Boomwortels staken overal uit en planten lieten je struikelen of bleven aan je plakken. De natuurlijke wandelstok was hard nodig om niet uit te glijden in de modder of de plassen. Mulu national park staat niet bekend om de dieren, maar toch verwachte ik half Balou de beer tegen te komen. Overal hingen lianen en bomen waren begroeid met mos en planten. Als ware Indiana Jones’ liepen we in supertempo door om voor het vallen van de avond ons kamp te bereiken.

In Camp 5 aangekomen zagen we dat er een aantal groepen aanwezig waren en het zag er alles behalve primitief uit. Comfort is een ander verhaal maar we waren maar wat blij met onze bestemming waar wij een lekker koude douche konden nemen terwijl onze gids aan het koken sloeg. Onze modderige, zweterige kleren hingen we op over de reling van het kamp op palen. Schoenen werden omgespoeld en tevergeefs te drogen gezet. Lijven werden gecheckt op bloedzuigers. Op een dubbel matje en met een roze klamboe om me heen voelde ik me een ware prinses. Mijn hoofd rustend op mijn opgevouwen korte broek, viel ik in slaap op de klanken van de jungle. De natuur op zijn best.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s