Het is allemaal Wat dag

Op pier 13 stapte ik op de boot richting Grand Palace. Er is vee verkeer op het water. Ik weet dat ik op pier 9 eruit moet, maar eerst stoppen we een hoop aan de andere kant van het water. Ik voelde me net vee op de boot. Het leek echt alsof de bootmensen tegen ons snauwden “come on, come on. Keep going. All the way to the back. The back! Go to the back!” Het zal vooral wel de taal barrière zijn met een lichte frustratie. De eerstvolgende stop aan de ‘goede’ kant is pier 9, dus ik stap uit. Ik twijfel een beetje want bijna alle toeristen blijven gewoon zitten. Al snel kwam ik echter in de drukte rondom het Grand Palace. Ik was al verbaasd dat het gewoon open was aangezien de koning nog niet zo lang geleden is overleden. De jongen van de receptie zei dat sommige gedeeltes gesloten waren en dat je je wel respectvol moest kleden. Er was een strikte dress code. Even omkleden dus voordat ik ging, met een lange broek en een zwart shirt.

img_4678

Er was een hele hoop politie op de been. Het zal normaal al wel erg zijn, maar volgens mij was er nu extra. Om op de omringende straat te komen, die vrijwel gesloten was voor verkeer, moest je je paspoort laten zien. Gelukkig accepteerden ze mijn rijbewijs ook. Daarna moest je door de metaaldetector en werd je tas doorzocht. Ik was nog niet eens in het paleis! Daar werd mijn tas nog een keer doorzocht en werd er een groen lintje aan gehangen. Je werd trouwens ook wel geroepen als je niet goed genoeg gekleed was. “You! Too short!” Je kon dan kleding huren. Er liepen veel mensen met olifanten op hun broek.

Daarna was ik binnen. Maar ik was niet de enige. Het straatje was gevuld met tourgroepen waar af en toe wat losse mensen tussen liepen. Ik volgde de meute maar en uiteindelijk vond ik het ticket office. Er was bijna geen rij, vanwege al die groepen natuurlijk. Ook kwam ik al snel mijn eerste Wat, of tempel, binnen: Wat Phra Kaew, ooit gebouwd als privé tempel voor de royals. Nu hing er een bordje dat om stilte vroeg, maar het was echt een apenkooi. Het bekendste in het complex was het gebouw waar de Emerald Buddha in staat. Hij heeft dire verschillende kleren en volgens mij was hij nu in winterornaat. Hij schitterde van het goud, maar dat was er sowieso in overvloed. Het eerste dat ik zag was een enorme gouden stoepa. Alles was al mooi versierd, met bloemen en patroontjes en schilderingen. Ook stonden overal standbeelden, sommigen als bewakers zodat het kwaad de tempel niet in komt. Ze zagen er soms uit alsof ze uit de Pirates of the Carribean film waren gestapt. Ik heb in de tempel al een dik uur rondgelopen.

img_4670

Daarnaast kun je naar een niet bijzonder interessante muntencollectie kijken ne naar een museum over kleding. Dat was echt heel leuk. Er hingen jurken van de koningin, maar ook kleding die gebruikt wordt in het Khon dansen. Ongelofelijk hoeveel lagen die aan moeten en hoe ingewikkeld het is. Sommige naden worden nog dicht genaaid nadat de person de kleding heeft aangedaan.

Achter het paleis ligt Wat Pho. Ik liep via de langste weg om het paleis heen. Hier stonden allemaal tentjes die gratis eten of drinken uitdeelden. Er waren zoveel Thaise mensen. Nog steeds komen ze in grote getalen om hun koning te eren. Soms lijkt het zelfs alsof ze een leider volgen. Ze zijn helemaal gekleed in het zwart en staan dan lang te wachten om überhaupt de tempel in te komen. Bij de muur rondom de tempel is een soort overkapping. De muur is helemaal beschilderd met verhalen. Er worden alleen maar Thaise mensen toegelaten onder de overkapping. Of ze ook nog ergens ingaan is me een raadsel. Af en toe wordt het voorste gedeelte van de mensen eruit gelaten en loopt de rest door. Ik zie veel mensen zitten. Het zal dus wel een lange procedure zijn.

img_0844

Wat Pho is bekend om zijn liggende Buddha. Dat is dan ook verreweg het drukste deel van het tempelcomplex. De Buddha ligt in een tempel en je kunt er rondomheen lopen. Een goede foto krijgen lijkt onmogelijk. Vanwege de vorm van het gebouw kun je het alleen van zijn hoofd of zijn voeten proberen. Het is een heel gedring bij Buddha’s hoofd. Een stukje van zijn benen is met doeken afgedekt. Ze zijn eraan aan het werken. Achter de Buddha kun je muntjes kopen om die vervolgens voor wat geluk over een hele rij bakjes te verdelen.

De laatste Wat van de dag, Wat Arun, staat grotendeels in de steigers. Daardoor is het niet zo leuk als de eerste twee Wats. Om er te komen pak je de boot naar de overkant. Dat is dan wel leuk. Vanaf de kade aan de andere kant heb je ook echt een ontzettend leuk uitzicht over de rivier. Even overwoog ik terug te lopen naar het hostel. Qua tijd kon dat wel. maar mijn arme voeten hebben al blaren van de nieuwe sandalen. Toch maar de boot. Voor 14 baht, minder dan 50 cent, is dat toch veel beter!

Dit verhaal is nog uit Bangkok. De volgorde van de verhalen klopt misschien niet helemaal met waar ik precies ben. Ik zit inmiddels alweer in het zuiden van het land. Morgen stap ik op de boot naar Koh Phi Phi. Hopelijk is het weer daar iets beter!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s