Shut up Bob!

Op de helft. Een hele week hard werken zit erop. Ik ben gebroken, kapot! Morgen mag ik uitslapen en begin ik pas om 11 uur. Wat een geschenk uit de hemel! Nog één week moet mijn leven even stilstaan. Het is werken, eten en slapen. Meer niet. Het werk op de Royal Easter Show is vrij vermoeiend. De afgelopen twee dagen was mijn Britse collegaatje Carly ook nog ziek, dus dat maakte het extra zwaar. Bovendien is het weer twee dagen geleden omgeslagen van 27 naar 19 graden en is het ’s avonds echt ontzettend koud.

Om 9 uur ’s ochtends beginnen Carly en ik met het aanvullen van de parfums en gratis tasjes van ons kraampje en maken we alles schoon en in orde. Meestal staan we dan lekker met zijn tweeën en komt één van onze bazen later op de ochtend om ons te helpen. Zij doen dan een microfoon om en proberen de klanten binnen te halen. Onze taak bestaat dan alleen uit het aanvullen van de schappen. Soms sta je dus ook gewoon niets te doen terwijl er een hele meute klanten staat te wachten. Vaak staan we aan het eind van de dag weer met zijn tweeën en dan is het het leukst. Dan runnen we zelf de show en mogen we dus ook zelf tasjes met goedkope nepparfums verkopen. Er draait dan een bandje dat het allemaal fijntjes, en herhaaldelijk, uitlegt: “Only 20 dollars. Don’t miss out on this one.” Carly en ik hebben de stem Bob genoemd en roepen dan ook regelmatig: “Shut up, Bob!”

De mensen die naar de Royal Easter Show komen zijn trouwens ook heel apart. De show wordt georganiseerd door de agrarische sector en hoewel het in Sydney is komt er dus veel volk van het platteland. Er zitten hele leuke plattelandskerels tussen, zoals de woodchoppers/houthakkers die achter ons in de arena werken. Er zijn de typische boeren zoals je ze in een film over de outback zou zetten, met een spijkerbroek met riem en een overhemd daarin gestopt, een cowboyhoed en zware klak-klak-schoenen. En dan zijn er al die andere mensen. Één ding wat me op valt is dat er ontzettend veel dikke mensen zijn. Dan voel ik me ineens heel dun, terwijl ik dat toch echt niet ben. Die mensen komen vervolgens ook nog eens in hun vrijetijdskloffie, wat varieert van een mannenmodel T-shirt tot een strakke legging met vetrollen die er overheen hangen. En dan de naveltruitjes. Is dat in Nederland ook mode deze zomer? Schijnt hier weer helemaal in te zijn. Ik zie echt weer een hele andere kant van Australië. Dit ben ik in Sydney dus nog niet tegengekomen, waar de mensen zo stijlvol zijn dat ik me sjofel voel, wat ik ook draag. Dat maakt me wel benieuwd naar wat ik verder nog tegen ga komen…

Advertenties

Alcatraz op z’n Sydneys

Cockatoo Island is een eiland apart. Het ligt al jaren in de haven, maar pas sinds 2007 kun je er als bezoeker naartoe. Voordat het gebruikt werd door de mens waren hier ontzettend veel kaketoes en daar zal de naam ook wel vandaan komen. In 1839 werden de eerste gebouwen neergezet door gevangenen, die er vervolgens ook moesten werken. Toen het afgeschaft werd om mensen die een misdaad begaan hadden af te voeren naar een kolonie, werden de mensen die nog een deel van hun tijd moesten zitten op Cockatoo eiland geplaatst. Op het hoogtepunt waren er 500 gevangenen die opgepropt in de barakken zaten. In 1869 werd de gevangenis gesloten vanwege de verschrikkelijke omstandigheden. Het eiland werd een werkplaats voor schepen. Door de jaren heen werd het steeds verder uitgebreid en nu kun je er de overblijfselen zien van de oude scheepswerf en de huizen waar de mensen woonden.

De eerste indruk van het eiland is een beetje mysterieus en spookachtig, met roestige gebouwen en oude kranen. Het geeft allemaal een vervallen indruk. Via een tunnel met verlichting aan de zijkanten kom ik aan de andere kant van het eiland. Er zijn bouwvakkers aan het werk. Geen idee waaraan. Aan deze kant van het eiland staan veel oude verroeste kranen en gebouwen met golfplaten. Je kunt er door de grote hallen lopen waar vroegen aan schepen of het interieur voor schepen gewerkt werd door de gevangenen. Later, tijdens de 2e wereld oorlog werkten er 4000 mannen en vrouwen om schepen te bouwen voor de oorlog. Een groepje vrijwilligers is er bezig met het opknappen van oude machines, maar verder zijn de hallen verdacht stil. Leuk feitje is dat hier een deel van de set voor de film X-men Wolverine was.

Via een andere tunnel, waar een raar muziekje gedraaid wordt wat een beeld moet geven van het geluid na de aanslag van een onderzeeër op Sydney in 1942, kom ik weer uit waar ik begonnen was. Ik neem een trap omhoog naar het hoger liggende gedeelte van het eiland. De gebouwen die er staan vormen grote contrasten. Aan de ene kant een super-de-luxe villa en vakantiehuisjes die van alle gemakken zijn voorzien. Aan de andere kant de ruines van wat ooit de barakken voor gevangen en het huisje voor de opzichters was. Met daar tussenin nog een aantal oude werkplaatsen waar voornamelijk schetsen gemaakt werden voor nieuwe schepen. Het oude guardhouse was ook meteen een toevluchtsoord voor de bewakers mochten de gevangenen gaan rellen.

Frederick Ward is de enige gevangene die ooit heeft weten te ontsnappen. In 1863 zwom hij naar het vaste land waar zijn aboriginal geliefde wachtte met een paard. Het lukte hem een tijdje om te ontsnappen, maar uiteindelijk werd hij doodgeschoten door de politie in 1870. De Sydney Harbour Federation Trust probeert het eiland nu te renoveren voor bezoekers en houdt er kunsttentoonstellingen. Bovendien kun je er kamperen of in een huisje verblijven. Afgelopen jaar zijn er zelfs nog een paar isoleercellen gevonden op het eiland. Iedereen scheen ze te zijn vergeten. Ik kan me voorstellen dat je als artiest hier een mooie locatie kan vinden voor je werk. Her en der staat nog graffiti op de gebouwen of staat nog een overgebleven kunstwerk. Het was even wennen, maar cockatoo island zorgt in ieder geval voor een interessante wandeling en mooie uitzichten over de rest  van Sydney.

Dit jaar een koninklijke Pasen

Al lang wil ik nog eens een keer naar de olympische spelen gaan kijken. Het plan was om dit olympische jaar in Londen te gaan werken. Maarja, ik kon de verleiding van Australië niet weerstaan. Nu moet ik het dus doen met het olympische park van de spelen van 2000. Als je in het park rond loopt is het moeilijk voor te stellen dat hier honderden atleten en bezoekers rondliepen. De stadions zien er wat verlaten uit en worden af en toe nog gebruikt voor een wedstrijd. Toch trekt het terrein nog steeds sportieve lui vanwege het zwembad en de vele wandel- fiets- en hardlooproutes in het omringende groen.

Deze Pasen brengt de Royal Easter Show, het grootste evenement van Australië, heel andere bezoekers naar het olympische park. De show brengt het plattelandsleven naar de stad met een kermis, dieren, kraampjes en shows. Helaas was het grootste gedeelte van het park nu dan ook afgezet voor deze beurs.

Dit evenement was ook de reden dat ik naar het olympische park kwam vandaag. Ik had namelijk een sollicitatiegesprek. Nouja… nadat de vrouw me gezien had zei ze hoeveel het verdient, wanneer ik moest werken en of ik nog vragen had… Ik was zo overdonderd dat ik geen vragen meer had.

Mijn werk als vertaler ligt even stil aangezien er wat gedoe is met de zaak. We kunnen wel weer door gaan met ons werk, maar wanneer is nog niet bekend. Het salaris op de Royal Easter Show is niet om over naar huis te schrijven, maar bij deze doe ik het dan toch maar. 15 dollar per uur, 11 uur per dag, 1 uur pauze, 14 dagen achter elkaar showbags met parfums verkopen. Het typische backpackerbaantje! Maar aan het einde krijg ik dan wel ruim 2000 dollar handje contantje in mijn portemonnaie. Daar doe je het uiteindelijk toch voor! Mijn dagen als toerist worden vanaf donderdag dus op een heel laag pitje gezet. Heeft er iemand nog lekkere recepten voor maaltijdsalades? Want van warm eten zal het de komende dagen dan ook wel niet komen…

Mijn werkplek de komende 2 weken - gezien vanaf een of andere rare nepberg waar je helemaal omheen omhoog kon cirkelen.

A zoo with a view

Als dieren huur moesten betalen voor hun hok, dan was dit het penthouse van de dierentuinen. Vanuit alle hoeken is er uitzicht op de stad met de brug en het opera house. Een ticket voor de dierentuin is dan ook niet goedkoop, maar ik had een deal met korting gevonden. De ferry bracht me vanaf Darling Harbour naar het onderste randje van de Taronga Zoo. Vanaf daar ging een kabelbaan naar boven zodat je vervolgens alleen nog maar naar beneden hoefde te lopen. Taronga was namelijk tegen een heuvel aan gebouwd en overal gingen trappen, roltrappen en paadjes omhoog.

De dierentuin was ook meteen mijn eerste kennismaking met de ‘wildlife’ van Australië. De koala’s hingen slapend in de bomen en er lagen wat kangaroos lusteloos in de zon. Op één stukje dierentuin kon je rondlopen tussen de kangaroos en een emu zonder dat er een hek tussen zat. Zo’n vogel is dan ineens wel heel groot. En dan hopt er ineens een kangaroo met een baby in haar buidel voorbij. Ik voelde me weer helemaal kind. In ieder geval totdat een ander kind een yoghurtdrankje over me heen spoot tijdens de vogelshow.

Zelfs in de dierentuin kon ik mijn mede-Nederlanders niet ontwijken. Troy, een zeehond uit de show, was geboren in Rotterdam. Je kunt je bijna niet voorstellen dat zo’n beest dan helemaal hierheen gevlogen wordt. Maar Taronga zoo doet wel meer aan uitwisselingen en neemt ook deel aan fokprogramma’s. Ze zijn actief bezig met het beschermen van de natuur en het zorgen dat bepaalde dieren niet uitsterven. Zo heb ik geleerd dat de befaamde tasmanian devil vroeger door heel Australië leefde. Nu is hij alleen nog maar te vinden in Tasmanië en zelfs daar lijkt hij uit te gaan sterven door een besmettelijke kanker die heerst onder de beestjes.

Al met al was het werkelijk een heerlijke dag. Een beetje rondslenteren, dieren bekijken en genieten van de zon. Als de herfstdagen zo zijn, dan mag het van mij herfst blijven.

Een waar koninklijk park

Aangezien ik het inmiddels gewend ben om om half 7 op te staan, wipte ik zo mijn bed uit. De trein naar Cronulla zat vol met schoolkinderen in allerlei variaties van uniformen. Vanaf Cronulla vertrok de veerboot naar Bundeena onder de donkere lucht. Het zal toch niet gaan regenen? Dan breken de wolken langzaam open en verdwijnen uiteindelijk voor de zon.

Vanaf Bundeena was het nog ongeveer een kilometer lopen naar het Royal National Park. Ik had eigenlijk geen idee hoe ver mijn gekozen route precies was en of ik het allemaal zou halen, dus zette ik er flink de pas in. Dit is nu een echte wandeling! De hagedisjes kropen weg om mijn grote voeten te ontwijken. De meest exotische vogels vlogen om me heen, iets wat leek op een papegaai met knalgroen en knaloranje veren, en allerlei raar gefluit en getjilp klonk om me heen. Buiten de dieren waren de paden verlaten. Ik ben welgeteld twee koppels tegen gekomen. Dit keer was ik dan ook blij met mijn wandelschoenen want op sommige punten zakte ik zo’n 10cm weg in de modder of moest ik door het water heen.

Ik begon aan het eerste gedeelte van de Coast Track, een tweedaagse route langs de kust die ik zo graag helemaal zou lopen. Helaas, ik heb geen kampeerspullen en dus blijft het bij een klein voorproefje. Hoewel ik snel liep moest ik in het begin om de 10 meter stil gaan staan om weer een foto te maken of om met open mond om me heen te gaan kijken. Wat een pracht en praal! Hoge kliffen stonden in de zee, die er wild golven tegenaan sloeg. Dit is wat ik me bij wandelen in Australië voorstelde. Hier krijg je gewoon energie van!

Over de zandstenen kliffen liep ik langs het water af door de soms erg dichte struiken. Over soms nog natte stenen klom ik omhoog en naar beneden totdat ik bij Marley beach aankwam. Er waren niet al te veel voetstappen op het strand, dus ik dacht dat ik ze gewoon kon volgen en dan bij de beste route naar het vervolg van mijn tocht kwam. Niet dus! Na een half uur lang allerlei sporen te hebben gevolgd, de duinen op ploeterend door het losse zand, een riviertje overstekend en wegzakkend in het natte zand, heb ik toch maar mijn instinct gevold en kwam ik inderdaad gewoon uit bij het pad aan de overkant.

Na Marley beach week ik af van de kustroute en ging ik via de Deer Pool route naar de grote weg die door het park liep. Op sommige momenten vroeg ik me echt af of ik nog wel op het pad zat. Ja! Dat stromende beekje was eerst een pad. De heftige regelval van de afgelopen tijd heeft dus toch zo zijn sporen achter gelaten. Bij Deer Pool kwam ik twee jongens tegen. Voor de zekerheid vroeg ik maar of deze route uitkwam bij Bundeena road. “Ja hoor, helemaal daarboven.” wees één van hen me met een zucht. Ik zat in ieder geval goed.

Zo lang bleek de tocht niet meer te zijn. Op gegeven moment hoorde ik alweer auto’s en bleek de Bundeena road toch wel een drukke verbindingsweg te zijn. Wat saai is dat astfalt ineens. Bizar dat het zo vredig kan zijn terwijl een stukje verderop de auto’s met 75 km/uur door het landschap razen. Moe maar voldaan liep ik terug naar de boot. Misschien is Royal National Park toch nog wel een tweede bezoekje waard.

Terug naar 1844

De achterkant van het Susannah Place Museum, een rijtje oude stenen huisjes met houten aanbouw

The Rocks. De naam klinkt al stoer. Het was het gedeelte van Sydney waar de gevangenen hun pubs hadden sinds de allereerste mensen er kwamen. Het was het thuis van de arbeiders. Toen de gemeente de kleine oude huisjes tegen de vlakte wou gooien voor de torenhoge kantoorgebouwen en hotels is daar gelukkig een stokje voor gestoken. The Rocks is nu nog steeds een wijk met veel restaurantjes en cafeetjes, en een deel historie van Australië.

Het Susannah Place museum bestaat uit vier van deze kleine arbeiderswoningen, gebouwd in 1844. Door verhalen van vroegere bewoners, of familie daarvan, heeft het museum een reconstructie kunnen maken van hoe verschillende families in de huisjes geleefd hebben. De bedoeling is om te conserveren, niet om te renoveren. De verf bladdert er dus van de muren en er zitten overal vlekken op de plafonds. Niet bepaald een plek waar je zou willen wonen, maar met een beetje fantasie kun je je voorstellen hoe families hier vroeger hebben geleefd.

Van kamer tot kamer kwam je steeds een stukje dichter bij het heden. In de kleine kamertjes met lage daken stonden de meubels uit de desbetreffende tijd.  De eerste kamer was de ontvangstruimte van Edward en Mary Riley, met een harde bank met paardenhaarvulling en een tafeltje om thee aan te drinken. De laatste kamer was achter het buurtwinkeltje en bezat een piano en foto’s van de laatste bewoners, die door een dubbel inkomen veel rijker waren dan alle voorgangers. Tot ver in de 20e eeuw hadden de mensen geen elektriciteit. Zelfs de laatste bewoners kregen maar één stopcontact, en zij leefden hier tot 1990. Gelukkig was de man handig en heeft hij zelfs wat voorzieningen gebouwd.

Susannah Place gaf dan ook een kijkje in de oude dagen. De dagen dat een koelkast van boven gevuld moest worden met een blok ijs. De dagen dat je één keer per week in een bad mocht waarvoor je eerst geduldig het water moest koken. De dagen dat de kinderen taken hadden zoals de po’s onder de bedden leeg kiepen. Ineens waardeer je je gedeelde appartement met luxe voorzieningen, zoals warm stromend water (en een zwembad), waar je eens in de twee weken op het schoonmaakrooster staat des te meer.

Mocht je ooit in Sydney zijn dan raad ik dit museum zeker aan. Door de verhalen van mensen die de gebouwtjes kenden en bewoonden wordt alles net wat meer tot leven gebracht dan wanneer er wat feiten opgesomd worden. De namen van de vroegere bewoners zijn bekend en dat maakt het ineens veel persoonlijker. Bovendien wordt je rondgeleid door een enthousiaste gids die wat oude foto’s op zijn iPad laat zien terwijl je op een oude, keiharde bank zit, tussen de afbladderende muren van een stukje van Sydney’s geschiedenis.

 

Bondi: real life

Het zonnetje is teruggekeerd naar Sydney! Ik heb het gevoel dat de zomer op komst is. Dat we eigenlijk richting winter gaan maakt met dit weer niets uit. Op naar de stranden. De chagrijnige buschauffeur was een kleine domper op deze dag, maar de aankomst op het strand maakte alweer veel goed. Bondi beach is een van de meest bekende stranden van Australië en komt zelfs in Nederland op TV. In de real life-versie zag ik vooral veel getrainde en minder getrainde mensen joggen over de kleine boulevard en zwetend ploegen door het strandzand. Hier is het zien en gezien worden.

Het massale strand heeft een Australische achtergrond, maar zou niet misstaan aan de costa’s. Aan de weg zijn winkeltjes en cafétjes, er is een strandpaviljoen en op een warme dag stikt het er van de mensen. Bondi beach is een must bij een bezoekje aan Sydney, maar eerlijk gezegd heeft Sydney meer te bieden qua stranden. Vanaf Bondi loop je makkelijk verder op weg naar Coogee beach. Ik had mijn wandelschoenen al aan, maar dat bleek een beetje over the top. De route duurt maar zo’n 1,5 uur en het pad is volledig van beton. Af en toe een trappetje is de grootste uitdaging die je tegen komt, behalve dan misschien de brandende zon. Alles is netjes verzorgd. Je kunt zelfs onderweg gefilterd water tappen. Overal staan bankjes met een schitterend uitzicht over de zee en onderweg kom je bij kleinere standjes waar toch ook een standwachtpost zit.

Hoewel ik genoot van de wandeling had ik toch iets meer verwacht. Of misschien iets minder. Iets primitievers. De planten, golven en rotsen waren echt heel gaaf, maar alles was zo toegankelijk dat het er stikte van de mensen. Pas na Bronte beach werd het rustiger, toen het pad voor wederom een kerkhof met zeezicht door liep. Om half 1 zat ik al met een ijsje op Coogee beach. Het was er nog relatief rustig. Toen een paar vrienden later in de middag ook kwamen was het strand alweer bezaaid met mensen. Het weekend is begonnen.