Bat Exodus

De vleermuizen komen in een lang lint naar buiten om te jagen

De vleermuizen komen in een lang lint naar buiten om te jagen

Één van de highlights van het Mulu national park op Borneo is de ‘bat exodus’. Op een klein uurtje lopen over de boardwalk vanuit het Mulu dorpje ligt Deer Cave. Hier verschuilen miljoenen vleermuizen zich overdag om ’s avonds in grote getalen naar buiten te komen op zoek naar eten.

Vroeger, voordat de jagers ze allemaal afgeschoten hadden, kwamen er veel herten naar de grot om het zout uit de poep van de vleermuizen op te likken. Poep is er nu nog genoeg, maar de herten zijn er niet meer. Als je door de grotten loopt ruik je de sterke ammoniaklucht overal om je heen. Niet te harden! Gelukkig hebben de vleermuizen tijdens de dag hun behoeftes gedaan en hoef je niet met een paraplu naar hun uittocht te gaan kijken.

Er is een observatieplaats gemaakt die eruit ziet als een kampvuurplaats tijdens een groep 8 kamp. Bij de plek aangekomen moesten we nog even wachten totdat ze om 17.26 uur besloten om naar buiten te komen. De vleermuizen werken namelijk niet op een strak schema. Elke dag is anders en soms komen ze helemaal niet naar buiten. Tijdens hun jacht gaan ze op zoek naar muggen en soms zelfs naar insecten van 7cm lang die ze zo uit de lucht happen. 

Hoewel ik verwacht had dat de vleermuizen met zijn alle tegelijk recht over je hoofd zouden vliegen, vlogen ze heel hoog in de lucht. Eerst kwamen er groepjes vleermuizen naar buiten, die in een lang lint achter elkaar vlogen, een paar vleermuizen naast elkaar. Ze verschenen vanuit verschillende gaten in de grot. Toen de eerste groepjes buiten waren, kwam de rest in een lang lint dat niet leek te eindigen. Aardig bizar om te zien. Het leek alsof het nooit zou eindigen.

Bijna iedere avond kan dit spektakel gezien worden, maar het schijnt een vrij uniek evenement te zijn in de wereld. Toch een bijzonder iets om op mijn lijstje bij te schrijven.

Advertenties

Over cappucinowateren

’s Nachts was het regen regen regen. Met lawaai kletterde het op het golfplaten dak. Tot zover de goede nachtrust. We stonden op om 6.30 uur, maar de regen kwam nog steeds met bakken uit de lucht toen we aan ons ontbijt zaten. We moesten dus nog even afwachten wanneer we konden vertrekken. Uiteindelijk werd de regen iets lichter en zaten we om 8.30 uur verdeeld over twee longboats.

Ik zat in het midden van de lange boot met Duitse en Britse Jenny voor en achter me. De zittingen waren plastic stoelen waar ze de poten vanaf hadden gezaagd. Deze stonden los in de boot. Ik had twee plastic zakken over mijn cameratas getrokken en die op mijn knieën onder mijn poncho gezet. Ik hield het zo zelf ook nog goed droog.

Er was een echtpaar dat ons naar het begin van het headhunter trail bracht. De vrouw zat voorin en gaf instructies aan de man die achterin bij de motor zat door met haar hand te zwaaien voor links, rechts en langzamer. Het is echt knap hoe ze de wankele boot over de rivier manoeuvreren. Door alle regen stond er een sterke stroming waarin veel hout dreef dat we moesten ontwijken. We lagen laag in het cappucinokleurige water. De randen waren donker maar het was alsof er melk bij gegooid werd in midden.

Toen we net in boot in de boot zaten zeiden Jenny en ik in koor: “What was that?”
Ik: “Do logs sink?”
Jenny: “It had a face!”
Tja, er zitten ook wel krokodillen in de rivieren hier. Af en toe viel het gebrom van de motor weg en kwam er een gegrom alsof er een leeuw brulde die aan het verzuipen was. Daarnaast hoorde ik af en toe een raar gespetter. Als ik achterom keek bleek dat de ‘kapitein’ water uit de boot aan het scheppen was. Bij de andere boot was dat dus mooi niet zo. Veilig idee.

We hadden lunchpauze bij het ranger station en daarna werd het vaaravontuur alleen maar groter. Inmiddels was de regen gestopt en probeerde de zon door te komen, maar de rivier was alleen maar wilder in het laatste stuk. Het begon steeds meer op raften te lijken en we werden twee keer verrast door een golf water die ineens de boot binnendrong. Na me zo droog te hebben gehouden tijdens de regen werd ik nu alsnog nat.

Ons bootje voer tussen de hoge groene bomen door. Heel af en toe kwam er een vogel langsgevlogen zoals de knalblauwe kingfisher. Het meeste dat we zagen vliegen waren echter vlinders. De vlinders hier zijn zo groot dat je er soms zelfs van schrikt. Ineens sloegen we rechtsaf een kleinere rivier in. Het water veranderde in chocoladekleur hoewel ik niet verleid werd om het te drinken. Na een tocht van ruim 4 uur legden we aan bij een klein stukje land dat vrij was van jungleplanten. We waren blij dat we eindelijk die boot uit mochten. We stonden aan het begin van het headhunters trail.

Traditioneel slapen

Op een zonnige middag in Borneo reden we door de straten van Limbang de bewoonde wereld uit. Leek Limbang al een gat, dan reden we er alleen nog maar dieper in. Even was er een stuk onverharde weg en dacht ik dat dat de rest van de rit zo zou zijn. Maar zelfs door de jungle gaan asfaltwegen. We moesten af en toe wel wat gaten ontwijken. Het laatste stuk werd wat heuvelachtiger en de chauffeur had een geheel eigen rijstijl. Omlaag gingen we super langzaam totdat we bij het laatste stuk kwamen waar we vaart maakten en snel weer gas omhoog gaven. Op de toppen hadden we een schitterend uitzicht over de jungle. Lees verder

Mensen van het oerwoud

De tour waarmee ik de laatste 8 dagen gereisd heb is voorbij, maar iedereen was deze ochtend nog in Kuching. Aangezien we in het wild de orang oetan, mens van het woud in het Maleisisch, niet tegengekomen zijn hadden we als groep besloten om vanochtend naar het Semmenggoh rehabilitation center te gaan. Lees verder

Eindelijk aapjes kijken

Eindelijk is het zover. Ik heb lang moeten wachten op mijn ontmoeting met de apen van Borneo. Vanuit de stad Kuching kom je via een boottochtje van een half uur in het Bako national park. Net voordat de boot aanlegde bij de steiger, keerde de boot zich weer om. Gingen we toch niet meer? Onze gids had gezien dat er apen bij het strand waren en dus konden we aan het strand uitstappen. Even de schoenen uit en het water in was voor ons toen geen probleem meer.

We wisten niet hoe snel we naar de bomen moesten komen. In al ons enthousiasme lieten we alles liggen en kwamen met onze cameras in actie. In de boom zaten probiscus monkeys, oftewel de neusaap. Deze apen zien er wel zo menselijk uit. Ok, ze zitten in de boom, maar ik kan me precies voorstellen dat er een man in de boom zit. Het is raar om een dier te zien dat zoveel van jezelf weg heeft. Als er dan ineens een luid geritsel klinkt en je ze van tak naar tak ziet slingeren realiseer je je ineens dat het apen zijn. Wilde dieren die maar een paar meter van je verwijderd zijn.

Toen onze apenwens in vervulling was gegaan konden we eindelijk rustig genieten van de mooie omgeving. Naast een mooie plek om dieren te spotten is het Bako national park namelijk ook een prachtig stukje natuur. De natuur gingen we ontdekken op een wandeling met een gids. Hij liet ons een Maleise vliegende kat zien, die rustig slapend aan de boom vast zat geplakt. Een stukje verderop zat een Viper slang in een struik gekruld, diezelfde struiken waar ik al dagen argeloos langsaf loop.

We zagen veel, maar het was alles behalve een rondje lopen in de dierentuin. Het pad dat we volgden liep door de jungle en ging omhoog en omlaag over trappetjes van stenen en boomwortels. Ook hier moest je je hoofd erbij houden en opletten waar je voeten neerzette. We leerden over de powerplanten van de jungle en over eetbare planten, waarvan we er een aantal in ons avondeten gehad hadden. Junglevarens en onkruid zijn verrassend lekker.

De wandeling eindigde op een ontzettend mooi, idyllisch strand. Hier kregen we voor het eerst een niet-Aziatische lunch van een  broodje met een muffin. We waren voor de verandering weer eens aan het zwemmen in ons eigen zweet en waren dan ook blij dat we over een andere, veelal vlakkere weg terug konden lopen. Onderweg kwamen we nog een aantal ondeugende makaken tegen. Voor deze beestjes mag je wel oppassen want ze zitten zo op je om je spullen te stelen.

De grootste verrassing was een groep zilverblad apen. Deze apen komt niet iedere toerist tegen en wij hadden het geluk een hele groep van dichtbij te kunnen bekijken. De enige die op een afstandje bleef was een moeder met een kleintje op haar buik. Hoewel de apen zilvergrijs zijn was het kleintje fel oranje. Dit hebben ze maar totdat ze 6 maanden zijn en van kleur veranderen. De zilverblad apen waren zo ontzettend elegant en mooi. Ze hopten door de bomen en waren rustig aan het eten terwijl er een hele groep mensen stond te fotograferen.

De hele reis heb ik moeten wachten en hier kom ik in een paar uur drie soorten verschillende apen tegen in het wild. We waren zelfs op kraamvisite bij een kleine zilverblad aap. Mijn dag kon dus niet meer stuk. Wat een prachtig stukje wereld is dit. Het Bako nationaal park mag dus zeker niet gemist worden bij een bezoekje aan Borneo

.

Je hoofd erbij houden

De tradities van het koppensnellen zijn vanuit Kalimantan naar Sarawak gekomen. Het begon met een wraakactie van een man tegen een ander en groeide uit tot een groot ritueel. Je kwam thuis met een hoofd om je liefje haar hart te winnen of het waren trofeeën uit gevechten tussen dorpen. Hoe dan ook, een afgehakt hoofd werd met meer respect behandeld als een hoofd met lichaam. De koppensnellers geloofden namelijk dat de geesten van de hoofden het dorp zouden beschermen tegen ongeluk. Hoe meer hoofden je had, hoe meer bescherming je dus ook kreeg.

Voordat een hoofd een dorp binnen mocht, moest het eerst even in een hut blijven waar ze aan het plafond werden gehangen. Als het veilig was kon het hoofd pas meegenomen worden in een woning. Dan werd het hoofd zelfs vereerd, want men geloofde dat als de hoofden niet gelukkig waren, ze ook geen bescherming boden. Wij hebben een gelukskettinkje of lievelingsshirt, zij hadden een serie hoofden aan het plafond.

Ervan verzekerd dat deze tradities tegenwoordig tot de geschiedenis behoren traden wij in de diepe jungle in de voetsporen van de koppensnellers. Het geluk stond niet aan onze kant, want door de vele regen van de voorgaande nacht stond de route grotendeels onder water. Al aan het begin van de tocht werd onze grootste nachtmerrie waarheid. De bloedzuigers die de groep die net klaar was van zich af had getrokken kropen meteen onze kant op. Snel bedekten we onze benen en trokken fatsoenlijke schoenen aan.

Nog geen 100m verder komen we de eerste plas water tegen. Eromheen kunnen we niet, dus zijn we totaan onze knieën nat. Al snel proberen we het water al niet meer te ontwijken. We liepen tussen de torenhoge bomen door die bedekt waren met mos en planten. Door het dak van de jungle kwam maar af en toe een zonnestraaltje heen. De luchtvochtigheid was hoog en al snel waren kleren doordrenkt met zweet en cameralensen vol condens. Om ons heen klonk getjirp, geluiden als een racebaan, het druppen van de natte bladeren en een hoog gepiep dat veroorzaakt werd door tientallen kleine beestjes.

Het pad was smal en aan beide kanten aangegeven met een rij stenen. Je moest goed opletten want de jungle wilde je het liefst houden. Boomwortels staken overal uit en planten lieten je struikelen of bleven aan je plakken. De natuurlijke wandelstok was hard nodig om niet uit te glijden in de modder of de plassen. Mulu national park staat niet bekend om de dieren, maar toch verwachte ik half Balou de beer tegen te komen. Overal hingen lianen en bomen waren begroeid met mos en planten. Als ware Indiana Jones’ liepen we in supertempo door om voor het vallen van de avond ons kamp te bereiken.

In Camp 5 aangekomen zagen we dat er een aantal groepen aanwezig waren en het zag er alles behalve primitief uit. Comfort is een ander verhaal maar we waren maar wat blij met onze bestemming waar wij een lekker koude douche konden nemen terwijl onze gids aan het koken sloeg. Onze modderige, zweterige kleren hingen we op over de reling van het kamp op palen. Schoenen werden omgespoeld en tevergeefs te drogen gezet. Lijven werden gecheckt op bloedzuigers. Op een dubbel matje en met een roze klamboe om me heen voelde ik me een ware prinses. Mijn hoofd rustend op mijn opgevouwen korte broek, viel ik in slaap op de klanken van de jungle. De natuur op zijn best.

 

De wasmachine wast?

wasmachineNa een dikke week is het hoog tijd om een wasje te draaien. Het hostel hier heeft zowaar een wasmachine en voor 2 euro 50 kun je er gebruik van maken. Als ik vraag waar de wasmachine staat loopt de dame van de receptie met me mee. Dit ding had ik inderdaad nooit op mezelf gevonden! Ik was er namelijk al tig keer voorbij gelopen, maar had het niet als een wasmachine herkent. De procedure was ietwat anders dan in Nederland. Ik ben er nog steeds niet over uit of ik niet beetje alles op de hand had kunnen doen.

Stap 1: Doe je was van bovenaf in de machine en draai de waterkraan open. Draai hem weer dicht zodra je denkt dat er genoeg water in zit. Doe er dan wat waspoeder bij.

Stap 2: Deksel erop en instellen hoe lang je wil dat de wasmachine wast. Hierbij is 15 minuten het maximale op de draaiknop.

Stap 3: Na het kwartiertje moet je een knop verdraaien om het water af te laten lopen.

Stap 4: Laad je was over in het tweede vak van de wasmachine en draai aan de knop voor het centrifugeren om de tijd in te stellen.

Stap 5: Als de centrifuge klaar is kun je je was alsnog uitwringen en besluit je dus de rest van je was maar niet te centrifugeren.

Een voor een sta ik mijn kleren uit te wringen en hang ze op aan de lijn. Voor de waslijn staat een ventilator. In dit vochtige klimaat wordt de was anders natuurlijk nooit droog. Wassen, een ervaring op zich.