Hey ho, kedeng

In het infocentrum waren ze erg enthousiast over de charming creek wandeling. En terecht! Ze hadden me aangeraden om tot de waterval te lopen of iets verder. Daarna zou het niet meer zo interessant zijn. Ik was al aardig vroeg daar en kwam dan ook geen andere wandelaars tegen tot op de terugweg.

IMG_2196

Al vrij snel kwam ik een oude wagon tegen. De charming creek volgde namelijk een oude spoorlijn die door een bedrijf gebruikt werd om hout en kolen te vervoeren. Ik kreeg een rare muziekmedley van ‘Hey ho, hey ho’ en Guus Meeuwis in mijn hoofd. Het ging langs een rivier af. Er was een oude tunnel en nog restanten van werktuigen die zijn blijven liggen.

Voor ik het wist was ik bij de Mangatini waterval. Het was echt een plaatje. Ik ging daarna nog een tweede tunnel door. In deze tunnel hadden ze een handrail gemaakt zodat je niet kon ontsporen. Uiteindelijk ben ik tot Watson’s mill gelopen.

IMG_2230

Het meisje bij de iSite had me verteld dat er veel Robins (vogels) op de wandeling waren en dat ze bij haar vriendin in de schoenen probeerden te pikken. Nou zat er dus een vogeltje dat wel heel dichtbij kwam en echt in de aanval leek te zijn. Zo erg zelfs dat ik weer omgedraaid ben. Al was ik toch al van plan om dit mijn eindpunt te maken.

De weg terug leek echt supersnel te gaan. Wat een schitterende plek! Ik heb veel wandelingen gemaakt en elke keer als iemand vraagt wat mijn favoriet is, zeg ik wat anders. Deze is in ieder geval een paar keer genoemd!

 

Advertenties

Lake Rotoiti in vogelperspectief

Het was een mooie ochtend met slechts een paar witte wolkjes in de lucht. De weg naar Mt. Robert was een grindweg met een super oude houten brug. Ik zag een paar andere auto’s staan en parkeerde. Het eerste stuk van de wandeling was vlak, maar al snel ging het over een bospaadje omhoog over de stenen. Toen kwam ik op een pad terecht, paddy’s track. Het pad bleef de hele tijd doorgaan en was dus makkelijk te volgen. Ik racete omhoog met lake Rotoiti aan mijn zijde. De uitzichten waren echt fantastisch.

DSCN0546

Moe maar voldaan at ik m’n appeltje bij de hut. Vlak na me kwam er een Tjech. Hij zou nog iets verder gaan lopen. Ik ging achter de hut langs over de ridge en via het pinchgut track weer naar beneden. Hoe ze toch op die namen komen? Dat ging wel heel snel maar… ik kwam op een supergrote parkeerplaats waar mijn auto dus niet stond. Shit! Ik moest de weg nog een heel stuk naar beneden volgen voordat ik m’n auto vond. Ik rende hele stukken en kreeg zelfs een lift naar beneden aangeboden. Maar toen was ik er al bijna. Ik heb dus een heel stuk extra gelopen! Deze wandeling was alle moeite waard voor de wederom schitterende vergezichten.

 

 

Messen voor gevorderden

Het was een beetje onwennig om binnen te komen bij Steven en Robyn. Ik reed een lange oprit door boerenland op en kwam toen eigenlijk gewoon in de achtertuin aan. Een beetje onzeker liep ik verder. Robyn kwam zich meteen aan me voorstellen. Ik kreeg een oud overhemd aan, handschoenen en een veiligheidsbril. In no time werd ons uitgelegd waar we mee begonnen. Ik kreeg als laatste een aambeeld, dus had al gezien wat de bedoeling was. Ik had een groot stuk staal op een stokje dat ik in het vuur stak. Tone het oranje gloeide haalde ik het eruit en begon als een malle te slaan. Waarom we dat deden kreeg ik pas later te horen. De staal op zich is helemaal niet sterk. We moesten het versterken met koolstof en vandaar dat we allemaal moesten hameren.

DSCN0461

Ik stak hem drie keer in het vuur. Na de vierde keer hielp Steve een beetje mee. Er moest een soort bocht in komen voor het handvat. Nog één keer het vuur in om hem daarna af te laten koelen in een bak water met een groot gesis. Toen het afgekoeld was begonnen we met slijpen. Het mes was zwart en dat probeerden we er in het middenstuk af te schuren. Bij mij bleven er een paar zwarte puntjes over. Schijnbaar ontstaan die door het hete vuur. “Je zult een paar puntjes hebben, maar ook het scherpste mes.” Steve leek meteen al onder de indruk. Er was nu al te zien dat iedereen een andere vorm aan het creëren was.

Toen het midden ‘schoon’ was, plakten we bronzen stukjes op het mes, boorden er gaatjes door en staken er pinnen in. Daarna zaagden we handvaten uit oude stukken Rimu hout die volgens Steven gerecycled waren uit het gekkenhuis van Hokitika. Dus, als de douane iets zou vragen… Ook door het hout gingen gaatjes en pinnetjes. Daarna slepen we het hout zodat het ongeveer gelijk was met het staal. Het hout werd geslepen met verschillende soorten schuurpapier. Net voor de lunch smeerden we nog een of ander chemisch dichtmiddel in de voegen. Terwijl wij aten zorgde Steve dat al onze messen geslepen waren van de zijkant.

DSCN0472

We gingen nog even op een korte wandeling met de pony’s en kwamen uit bij een reuze schommel. Er hing een groot touw aan. Met z’n allen trokken we de schommelaar omhoog. Dat ging nog best wel hard. Ook konden we nog even proberen met bijlen en sterren te gooien. Na de pauze moesten de messen gevormd worden. Mijn vorm was al bijna goed, maar ik wilde er nog een klein accent op leggen. Eerste tekenden we de vorm en daarna slepen we het. De vonken vlogen er weer vanaf. Daarna moesten we drie keer slijpen, met verschillen schuurpapier. Het was belangrijk dat je bepaalde stukken, zoals het uiteinde, niet raakte.

Steve deed de finish voor ons zodat we daarna konden polijsten. Ook het hout werd nog ingesmeerd om er een mooier kleurtje van te maken. Als laatste stap maakte Steve de messen voor ons scherp. Hij had een beetje aparte humor. Van nog wel grappig: “Als je je mes dan in de rechtbank moet laten zien, wil je niet dat het maar zo’n stompje is”. Tot aan een beetje too much: When you stab some homeless guy…” Laten we hem maar een karakter noemen. Hoe het ook zij, ik heb nu een supercool mes en dat is het mooiste souvenir dat ik uit Nieuw Zeeland mee kan nemen.

DSCN0480

Wederom de zee op

Vanaf de camping hoorde ik de zee al. Ik was vroeg opgestaan, aangezien ik me om kwart over zeven moest melden bij de whalewatch. Uiteindelijk had ik best nog een beetje langer kunnen slapen, want ze hadden een half uur gepland om mensen te ontvangen. Maargoed, ik heb wel mooi de zonsopgang over de zee meegepikt. Ik hoorde de zee al en dacht aan de dag van te voren. Zouden er weer zo’n hoge golven zijn?

En bij het inchecken werd er inderdaad gezegd dat de zee aardig ruig was. Eerst werd er een informatiefilmpje getoond en daarna bracht de bus ons weer naar de haven. We moesten een heel stuk varen vanuit de haven aangezien de potvissen zich in diepe wateren bevinden. Gelukkig ligt Kaikoura op een speciale plek, waar het water vlakbij de kust ineens heel diep wordt. Potvissen duiken wel meer dan 1000 meter diep om hun eten, voornamelijk inktvissen, te vangen.

Een half uur voor ons was er al een boot vertrokken en die hadden al een walvis gevonden. Wij kwamen nog net op tijd aan om het dier te zien duiken. We zag dus nog net een vin in het water verdwijnen. Daarna gingen we op zoek naar anderen. Helaas was de walvis die we gezien hadden de grote baas van de streek. Hij komt regelmatig op bezoek en houdt niet echt van de andere potvissen. Anderen zwemmen meestal binnen twee uur weg. En ook nu waren ze nergens te bekennen.

IMG_1700

Gelukkig hebben potvissen een aardig ritme. Het bedrijf dat ons op het water had gebracht wist heel goed hoe ze de baas weer moesten vinden. We voeren snel terug naar de plek waar we hem eerder gezien hadden omdat het voor hem weer bijna tijd was om naar boven te komen. Niet veel later zagen we inderdaad een straal water omhoog spuiten. In spanning wachtten we af of er nog een kwam. Jawel hoor. De boot bracht ons snel wat dichterbij.

Daar lag hij dan in het water. Hij gaf er niks om dat er twee boten om hem heen lagen. De potvis is ongeveer zo groot als de boot, tussen de 15 en 20 meter, maar weegt ongeveer drie keer zoveel. Als hij aan de oppervlakte is, is hij zich eigenlijk alleen maar klaar aan het maken voor zijn volgende duik. Toen hij weer klaar was voor zijn duik ging het heel snel. Je zag zijn rug eerst krommen, met een bult die boven het water uit stak. Daarna gaf hij ons een mooie show van zijn massale staartvin, die recht de lucht in ging. En toen was hij weer weg, op jacht naar een lekker stukje inktvis.

Je zag de potvis dus eigenlijk maar heel kort, maar het is wel heel indrukwekkend om zo’n enorm beest te zien. We gingen ook nog even bij de dolfijnen kijken, die als afscheid een stukje met ons mee zwommen. Even dacht ik dat ik misselijk werd, maar gelukkig ging het weer over. Sommige andere mensen hadden niet zoveel geluk.

 

Dolle boel met die dolfijnen

De hele zomer lang ben ik al mensen aan het vertellen hoe geweldig Kaikoura wel niet is. En dat het de plek is om walvissen te spotten. Eindelijk mocht ik nu ook eens gaan. Ik had alles al een tijd geleden geboekt, maar nu was het zover. Het kwam alsmaar dichterbij en ik werd er steeds vrolijker van.

Toen ik in Kaikoura aankwam checkte ik in op de camping, waar ik veel te veel moest betalen. Ik geloof dat mijn verstand even uit stond, want ik had voor een stuk minder geld ook in een hostel in een bed kunnen slapen. Dus ik probeerde mezelf maar wijs te maken dat het fijn was om op de camping te staan want die had een zwembad met warme baden.

DSCN0218

Ik kon er sowieso niet in blijven hangen, want ik had andere plannen, namelijk zwemmen met de dolfijnen. Dit heb ik in Adelaide ook al een keer gedaan, maar ik hoorde zoveel goede verhalen over Kaikoura en van mensen die ik ook goed ken. En ach ja, ik voel me toch rijk, dus waarom niet? Toen ik aankwam waarschuwden ze voor een wilde zee en zeeziekte. ’s Ochtends waren er schijnbaar aardig wat mensen ziek geworden. Nouja, ik ben nog nooit zeeziek geweest dus het maakte me allemaal niet uit.

Misschien ben ik gewoon niet vaak genoeg op zee geweest. Misschien heb ik gewoon ongelofelijk veel geluk gehad. Of, misschien komt het ook wel door de antibiotica die ik nu heb. Na een paar uur op zee greep ook mijn hand naar een van de vele gekleurde emmers. Naast me zat een jongen die er een beetje groen uitzag. Aan de andere kant vraagt een meisje: “Kun je ook zeeziek worden als je in het water bent?” “Jazeker kan dat.” “Oh, ok, dan ben ik ook zeeziek.” zegt ze terwijl ze naar een emmer rijkt. Meer dan een derde van de groep voelt zich niet goed.

Aan het einde zegt de gids: “Nou, ik hoop dat jullie de dolfijnen gaan herinneren en niet de emmers.” Ik weet niet hoeveel emmers zeeziekte er overboord zijn gegooid, maar sommige mensen zagen er echt ongelukkig uit. Je komt dan op een punt waar het niet meer uitmaakt dat je moet kotsen en er 15 anderen om je heen zitten. De tocht was zo mooi, zelfs met zeeziekte, en ik kon zelfs ook van de golven genieten na een tijdje. De dolfijnen ga ik sowieso nooit meer vergeten.

De boot bracht ons ongeveer een half uurtje van de haven vandaan. Toen zagen we de walvisvliegtuigen boven het water cirkelen. Daar moest wel iets te zien zijn! We moesten ons snel klaarmaken voor het zwemmen. Daar stonden we dan, achterop de boot. Toen de toeter ging, gingen we zo snel mogelijk het water in. Ik begon als een gek te zwemmen, alsof er een haai achter me aan zat. Meteen zag ik verschillende dolfijnen om me heen. Eerst was het een beetje eng, aangezien ze toch wel dichtbij kwamen en zo snel zwemmen, maar al snel stond ik stijf van de adrenaline. Ik bleef maar zwemmen, maakte rondjes en geluiden om de dolfijnen geïnteresseerd te houden. De dolfijnen zijn namelijk wild en zodra ze je niet meer interessant vinden keren ze je sneller de rug toe dan de jury bij ‘The Voice’.

Er zwommen wel 100 dolfijnen. Ze sprongen uit het water, maakte salto’s, en doken dan recht voor je neus er weer in. Er waren ook wel momenten dat je ze even niet zag, maar als ze dan weer langs zoefden was het echt magisch. Je zwemt niet alleen tussen hen, maar ze reageren ook echt op je. Het leek wel alsof ze naar ons keken zoals wij naar hen keken. Gelukkig hebben ze een goede coördinatie onder water.

Na ronde één was ik echt afgepeigerd. En na een paar minuten mochten we alweer het water in. Ik besloot om maar iets minder energiek te zijn. Helaas was dit de ronde waarin ik ineens licht in mijn hoofd werd. Ik ben dus niet meer meegegaan met ronde drie, die toch iets minder lang duurde. Ik probeerde nog wat foto’s te maken, maar het draaierige gevoel won. Na twee emmers te hebben geknuffeld voelde ik me weer een beetje beter. We zagen nog een aantal albatrossen en wat andere vogels die superdicht over de golven zweefden.

Wat was dit weer een ongelofelijke ervaring! Ik blijf ook steeds maar naar de foto’s en videos kijken. Hoeveel het kostte ben ik allang weer vergeten. Het maakt ook niet uit. Dit moet je gewoon meemaken. Mijn vorige zwem in Adelaide was er gewoon niets bij!

Op lunch bij de zandvliegen

Ineens gaf het fel oranje pijltje aan dat ik de rivier in moest. Nouja, het bos uit en richting rivier. Even sta ik om me heen te kijken. Er is een grote open ruimte tussen de bosrand en de rivier. Ik loop een stukje verder over de stenen in de rivierbedding. Het water ziet er zo lekker uit, maar is waarschijnlijk steenkoud. Dan splitst de rivier zich op en kan ik niet meer verder. Moet ik dan de rivier oversteken? Ik weet het niet meer. Als ik naar een opening in het bos loop, vind ik alleen een kampvuur. De oranje pijltjes zijn nergens te bekennen. Gelukkig heb ik het wandelboek meegenomen en dus lees ik de beschrijving nog eens door. Ik moet toch echt op zoek naar een brug, maar die is ook nergens te bekennen. “Wat is dit? Waar moet ik in hemelsnaam heen?” zeg ik hardop tegen niemand in het bijzonder, terwijl ik geïrriteerd nog eens terug loop. Dan komen er twee oudere wandelaars met volle bepakking uit het bos. Naast hun staat een fel oranje pijltje.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Ik wandel midden in het Lake Sumner Forest park en ben bijna bij de tweede hangbrug. Na de eerste liep ik door een open bos heen. De bomen stonden verspreid over een vlakte van lichtgroen mos dat over alles heen groeide. De zon kwam sporadisch tussen de bomen door. Het was aardig nat en het was dan ook maar goed dat er stenen en boomstammen over stroompjes en modderbaden geplaatst waren. Hierias het moeilijk voor te stellen dat het landschap erg droog is. Na de tweede brug wordt het bos dichter. Het pad gaat langzaam op en neer tussen de bomen. Ongeveer halverwege kom ik nog een echtpaar tegen. Ze waren net op weg terug. De wandeling was toch iets te zwaar voor de knieën. Ik zag alleen nog maar bos. Hoewel het echt heel mooi is, is het niet mijn favoriete soort wandeling.

Zelfs toen ik bij de Nina hut aankwam, die toch iets hoger lag, had ik door de bomen nog geen uitzicht. De hut was wel mooi, maar ik heb alleen even snel geluncht omdat de zandvliegen om me heen aan het bespreken waren wie welk stukje van mij mocht aanvallen. Er kwamen ook nog eens donkere wolken aanrollen en dus ging ik snel weer terug. Als het zou gaan regen zou de modder alleen maar dieper worden en de kleine stroompjes omgetoverd worden tot riviertjes. Al snel kwam ik weer bij de grote rivier, die er nog steeds uitnodigend uitzag. Ik had mijn bikini al aan en ging dus snel het water in. Koud, maar verfrissend. Ik heb alleen even wat water omhoog gespetterd want de zandvliegen stonden klaar voor de aanval. Tegen het einde van de wandeling zag ik het echtpaar weer.

Na een kort gesprek liep ik door naar de auto. Die avond parkeerd ik op de Marble Hill picnic area. Wat een schitterende plek! Er is een grote open plek tussen de bergen en de bossen en vlak langs de Maruia rivier. Het ligt precies op een alpine breuklijn en dus is er ook een speciale attractie. Er is een muur gebouwd, waarvan het grootste gedeelte ondergronds ligt, zodat ze kunnen zien wanneer de platen verschuiven. Sinds 1964 is er niets gebeurd.

Hanmer van boven

Ook de volgende dag in Hanmer Springs stond er weer een wandeling op de planning en ik voelde ’s ochtends mijn spieren al. Zou ik het nu wel doen? Toen moest ik ook nog eens een zandweg over waar een aantal indrukwekkende borden stonden. “Backcountry road.” “Pas op.” “Steile hellingen.” Dat soort dingen. Gelukkig was het maar twee kilometer en zag ik het bordje van het begin van de wandeling. Het leek erop dat ik de eerste van de dag was.

IMG_1518

Eerst klom ik geleidelijk door een bos van dennenbomen. De bomen torende boven me uit en lieten af en toe wat zonnestraaltjes door. Het pad zigzagde langzaam omhoog en ik kwam bij steeds mooiere uitzichten uit. Al snel was ik hoger geklommen dan de dag ervoor. Uiteindelijk kwam ik het bos uit en stond ik op de groene, rotsachtige berghelling naar boven te staren. Het was toch nog wel een eind en het pad ging aardig steil.

Ik begon me af te vragen welke top nou eigenlijk Mt Isobel zou zijn. Een stukje verderop nam ik een korte pauze voor een boterham, maar ik koelde al snel te veel af door de bries die boven op de berg te voelen was. Na nog even door ploeteren kwam ik bovenop aan. Ik moest nog een stuk van de bergkam overlopen voordat ik bij het echte hoogtepunt kwam. Het laatste stukje naar de top was nog aardig steil en ging over losse steentjes en zand. Je moest proberen je eigen zigzagroute omhoog te bepalen.

En daar was ik dan. Helemaal alleen stond ik op de top van Mt. Isobel. Wat een schitterend uitzicht in alle richtingen! Ik zag het bos van bovenaf. Ik zag rijen bergen, keek over één bergketen heen om weer een volgende te zien. Op de terugweg kwam ik nog een aantal andere wandelaars tegen. Uiteindelijk was het mooie ochtend en had ik zelfs nog zeeën van tijd terug in Christchurch.