Taiwan in een notendop

Het zit er weer op. Tijd om weer verder te gaan. Taiwan is echt een geweldig land met geweldige mensen. De cultuur is toch wel erg anders dan thuis, maar toch voel ik me hier wel op mijn gemak.

Ik heb een hele nieuwe wereld van eten ontdekt. Niet allemaal even smakelijk, maar over het algemeen zeer aantrekkelijk. Overal waar je loopt komen de geuren van eten je tegemoet. Het met stokjes eten heb ik nog niet echt onder de knie, maar gelukkig zijn er ook gerechten en hapjes waarbij je geen stokjes nodig hebt. Het eten in Taiwan is vooral heel zoet, ook wanneer je dat niet verwacht. Verder wordt er allerlei vlees en vis gegeten en houden ze ook erg van zoete toetjes zoals ijs en deegwaren. Brood kennen ze ook, maar wordt meer als gebak gegeten en is ook meestal zoet en gevuld.

Kraampje met allerlei typische snacks

Wat me altijd bij zal blijven in de vriendelijkheid en beleefdheid van de mensen. Zeker niet iedereen spreekt Engels, maar waar je ook komt zullen ze proberen je te helpen en je te verstaan. Wanneer je in een museum komt, wat vaak gratis is, staan er vaak tegen de 10 mensen klaar om je de weg te wijzen, uitleg te geven, of folders te geven. Ik geloof dat ik inmiddels zo wel 30 foldertjes verzameld heb. Je hoeft echt maar een beetje vragend te kijken en iemand schiet je al te hulp.

Vrouw achter een kraampje met mais

De markten zijn niet alleen in het daglicht te vinden. ’s Avonds komt het land tot leven. Scholieren komen even langs voor een snack en mensen gaan shoppen. Je vindt er behalve eten ook kleding, stapels met schoenen, spelletjes, waarzeggers en ga zo maar door. Jammergenoeg kon ik nog niet echt shoppen aangezien ik dan alles mee zou moeten slepen!

Shilin nachtmarkt, een van de bekendste toeristenspots

In Taiwan stikt het van de scooters. Jong en oud crosst door de straten. Voor elk stoplicht staat eerst een enorm scootervak. Bij het oversteken moet je nog oppassen dat je niet omver gereden wordt, want ze piepen zo tussen de overstekende wandelaars door.

Scooters stonden echt overal geparkeerd, soms wel met 70 achter elkaar

 De metro nemen in Taiwan is echt een verhaal apart. Alles hier lijkt zo ontzettend georganiseerd, en zo ook de metro. Alles borden zijn naast Chinees ook in het Engels en in de metro is te zien en te horen bij welke halte je bent. Een kind kan de was doen. Bij sommige stations staan banen op de grond getekend. Ja, banen zoals op een atletiekbaan. Er zit dan een klein bochtje in en dan kom je voor de deur van de metro uit. Ze zijn bedoelt om alvast voor te sorteren. Iedereen gaat netjes in een rij staan in de banen en als de metro komt is er dus ruimte voor de passagiers om eerst uit te stappen. Daarna zie je twee rijtjes mensen naast elkaar per deur precies de banen volgen en in de metro stappen. Net een stelletje gedrilde soldaten. Er staan dan ook bewakers op de metrostations die kijken of alles wel goed gaat. Prachtig toch! Taiwan heeft bovendien vakken die speciaal voor vrouwen zijn die in de avond alleen reizen. Als je de metro uit komt is er altijd wel een bord met informatie te vinden. Er staan belangrijke gebouwen op en toeristische plekken.

De grote hal van Taipei main train station

 

Hartverwarmend Taiwan

Beitou staat bekend om zijn dampende wateren, waarvan ze vroeger dachten dat er heksen woonde, de hot springs. Tijdens de Japanse bezetting is het er volgebouwd met spa’s en hotels en het grootste deel daarvan is behouden of gerestaureerd zodat ook vandaag de dag nog veel mensen naar de warme bronnen komen.

De geur van zwavel kwam me tegemoet, maar gek genoeg viel me dit niet zo erg op omdat ik toch al zoveel nieuwe geuren heb leren kennen. Terwijl ik verwachtte dat Beitou een afgelegen plekje zou zijn, bevond het zich midden tussen de gebouwen. Om de Beitou rivier was een park aangelegd en er waren musea over de aboriginal bevolking, de oude Japanse stijl en over de hot springs zelf. En dat is allemaal gratis te bezichtigen.

Het is bizar om in zo’n grote stad ineens op een plas water af te lopen waar de stoom vanaf komt. Het water in de thermal valley is boven de 90 graden en er komt dus ook een behoorlijk wolk stoom vanaf. Gelukkig is niet alles zo ontzettend heet. Ik kan natuurlijk niet hier zijn zonder zelf even in het water te plonsen. Midden in het park liggen de publieke baden, omheind door een hekwerk. Via een klein gebouwtje kom je voor ongeveer een euro in het warmwater paradijs. Er gelden hier wel een aantal regels, maar daar wijst de badmeester je vanzelf op. Hij staat als een sergeant in zijn handen te klappen en te wijzen.

Alles is buiten en gelukkig heb ik mijn bikini al aan want er zijn maar een paar kleedhokjes. Een beetje terughoudend loop ik naar het eerste bad. Ik hoorde iemand zeggen dat dit het ‘koudste’ bad was. Als ik mijn tenen erin houd blijkt dit niet bepaald koud te zijn. Ik kreeg dat gevoel wat je krijgt als je binnen komt in een warm huis nadat je door de sneeuw bent gelopen. Met een emmer giet ik langzaam warm water over me heen om te wennen. Daarna snel een plekje zoeken voordat de badmeester begint te roepen dat je op moet schieten. Voor zo’n zuur, warm bad met zwavel gelden wel een hoop regels (volgens het boekje voor toeristen):

  • Niet met je haar in het water komen
  • Niet het water in met open wonden
  • Rustig blijven zitten zodat het water niet opspat
  • Niet naar andere mensen staren
  • Geen lawaai maken, etc.

Na 15 minuten kleed ik me weer om. Het is heerlijk om in het warme water te zitten, maar je kunt vanwege veiligheid maar 15 minuten achter elkaar erin blijven. Buiten het water was het maar 12 graden, dus ik had geen zin om te wachten tot ik nog eens een kwartiertje kon gaan. Ik moet zeggen, het is wel een hele ervaring zo tussen de gevorderde Aziaten in malle zwempakjes een bad nemen. Ik ruik nog steeds naar zwavel en ben benieuwd of ik die lucht ooit nog uit mijn bikini krijg, maar het was het zeker waard.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Thee op zijn Taiwans

Het was al een beetje aan het miezeren toen ik aankwam op het hoogste punt van de Maokong Gondola. De kabelbaan bracht me zowaar de wolken in. Deze bergen aan de rand van Taipei staan bekend om hun thee. Er zitten tientallen theehuizen en er wordt zelfs thee verbouwd. Ik verwachte een hele chique bedoeling, maar de theehuizen waren gewoon een soort kleine hutjes en huisjes, vaak met plastic wanden.

Voordat ik de paden op en de lanen in ging wilde ik wel even warm worden met een kopje thee. Ik liep wat verder van het gondelstation af en kwam terecht bij een wit huisje. De voordeur bestond uit de automatische deuren die je bij winkels vindt, alleen moest je deze met de hand open schuiven. Ik stond wat twijfelend te kijken en al gauw deed een oude mevrouw de deur open. Ik kreeg een hartelijk Taiwanees welkom waar ik natuurlijk niets van verstond. Een Chinese theekaart werd bij me neer gelegd en met een paar Engelse woorden en handen en voeten probeerde een iets jongere vrouw me te vertellen wat ik kon drinken. Het was mij om het even.

Uiteindelijk kwam er een hele installatie naar mijn tafel toe, samen met een man die best goed Engels sprak. Hij liep met me door het hele ritueel heen. Verspreid door het cafeetje stonden verrijdbare gasstellen, waarvan er één met een grote fluitketel erop naar mij werd gereden. Toen het water heet was schudde de man eerst wat water door mijn theekommetje. Vervolgens werd dit over gegoten in het thee potje, en daarna nog door een ander theepotje. Toen werd er wat verse thee in het eerste potje gedaan en werd dit hele ritueel nogmaals uitgevoerd. Een spoeling met thee om de smaak alvast aan het servies te geven. De derde keer pas werd er echt thee gezet. Het eerste potje werd nog een paar keer met heet water overgoten en stond in een soort pierenbadje waar het heet kon blijven. Heel erg leuk om dit allemaal te zien.

De man bleef naast me zitten en vertelde af en toe wat. Hij schonk me ook steeds weer thee bij in mijn kommetje. Uit één potje kwamen misschien twee kommetjes, dus je kon bezig blijven! Er werden me nootjes voorgeschoteld en een soort gedroogd fruit. Ik vroeg nog of ik iets moest kraken ofzo, maar de man zei dat ik het gewoon moest eten en nam er zelf ook één. Even later kwam het oudere vrouwtje en die kraakte een noot open door er met een potje op te slaan. De man begon te lachen. “No, you just eat all of it.” Ik geloof dat ik aan de techniek van het vrouwtje toch de voorkeur geef. Later kwam de mevrouw ook nog met een stuk gebak waar ook een soort gedroogde vruchten in zaten. “Eat, eat. Try.” Na bijna een uur in het theehuis te hebben gezeten waar iedereen dingen van me wilde weten en super vriendelijk was, zat ik helemaal vol. Toen ik wilde betalen, namen ze mijn geld niet aan. Taiwanese gastvrijheid. Of misschien was ik wel het nieuwtje van de week.

Geloof, liederen en stokjes

Vanaf een plein kijk ik naar de poorten van de Longshan tempel. Iedereen loopt in en uit. Ik weet niet of ik zomaar naar binnen kan, maar besluit eens te gaan kijken. Eerst is er een plein waar nog versieringen voor het nieuwe jaar staan. Er staan aan weerskanten stellages met een soort lampion die erin hangt. Een rij van mensen staat ervoor te wachten. Om de beurt gaan ze onder de lampion staan en doen een gebedje. Later lees ik dat deze ceremonie ‘passing through the lanterns’ heet. In het nieuwe jaar gaan mensen bidden voor een gelukkig en vredig leven. Er hangen overal nog lampionnen in verschillende vormen.

Dan ga ik de tempel in door een ingang aan de zijkant. De tempel is niet één gebouw, maar verschillende delen. In het midden staat een gebouw waar de diensten gehouden worden, met daarvoor een plateau. Hierop staat een grote gouden ketel. Het is een soort suikerpot met een dakje erboven. Mensen lopen er naartoe met aangestoken stokjes, een soort wierook. Ze bidden en lopen weer verder naar andere delen van de tempel. Om het middelste gebouw is een soort van binnenplaats die omringd wordt door een gebouw met nisjes en ruimtes met beelden. De stokjes gaan de lucht in en dan volgen er een paar buigingen. Dit in verschillende richtingen. Al van jongs af aan wordt dit gedaan, zo ook door een jongetje van een jaar of vier die vrolijk met de stokjes aan komt lopen. Er staan er verschillende rokende potten waarin ze uiteindelijk verdwijnen. Door de vele mensen zie je overal rook omhoog kringelen en de geur van de rook blijft je na dit bezoek nog wel even bij. Er lijken ook een soort offers gemaakt te worden. Grote tafels zijn bedekt met bloemen en etenswaren. Een beetje raar dat je daar dan allemaal bordjes met pakken koekjes erop ziet liggen. Ook in de tempel lopen verschillende bewakers rond om alles in goede banen te leiden. Ik had bij een tempel iets heel anders verwacht. Veel strenger zoals in onze kerken misschien, maar het is één grote georganiseerde chaos.

Ineens halen een hele hoop mensen een boekje tevoorschijn. Het liederenboek voor de mis. De gong slaat af en toe een keer en er is getrommel te horen. Gelovigen in bruine jurken zitten in de tempel. Mensen in gewone kleding zitten op de stoeprand, op de grond op hun knieën of staan om de tempel heen. Er begint een luid gezang met een herhalend ritme. Mensen zingen hier nog luid mee. Sommigen hebben het liederenboek niet eens nodig. De rustige klanken die steeds weer terug komen werken voor mij heel ontspannend. Ik ga dan ook rustig ergens zitten en geniet van wat er om me heen gebeurd. Nog steeds gaan er mensen naar het ‘suikerpotje’ van de tempel om een gebedje te zeggen. We zijn hier duidelijk niet in een Nederlandse kerk. Er wordt nog steeds gepraat, toeristen knippen foto’s en af en toe gaat er een mobieltje af wat ook nog eens gewoon wordt opgenomen. De tempel is niet alleen een plaats om te bidden, maar ook om te socializen. Dan komt er een vrouw in mijn richting. Ze is zomaar broodjes uit aan het delen en ik krijg er ook een. Na zo’n drie kwartier gezang hou ik het voor gezien, maar de gelovigen gaan stug door. Dit bidden is niets voor mietjes. Niks geen pauze. Als je denkt dat een lied is afgelopen gaat het gewoon weer over in een nieuw lied. Adempauze schijnt niet te kunnen. Ik ben weer helemaal opgeladen, heb mijn hoofd leeg gemaakt en ben weer klaar om nieuwe indrukken te ontvangen.

De eerste stapjes in Azië

Wat is het eten hier goedkoop zeg! Taiwan, ik heb er nog niet veel van gezien, maar ik weet nu al dat er veel te eten is. Voor zo’n 2 euro eet je hier je avondmaal.

Na een lange, lange vlucht, die geen last had van de bommelding op Schiphol overigens, was het superfijn om in Taipei te landen. Op het vliegveld moest je een hele lange gang door lopen voordat je naar buiten kon. Er stonden tientallen Taiwanezen met bordjes langs de kant. Ook de taxichauffeurs waren alom aanwezig, maar ik ging toch maar met de bus. Een klein, hyper mannetje verkocht me binnen no time een kaartje en even later zat ik in een hobbelige bus die langzaam een weg naar Taipei zocht. De eerste indruk van dit land viel toch wat tegen. Het regende, was klam warm en we reden alleen maar langs lelijke gebouwen met veel reclame. Toen we Taipei binnen reden werd het gelukkig beter. Het is een super grote stad, maar met veel minder hoogbouw dan gedacht. En daar hoog bovenuit torend dan Taipei 101, ooit het hoogste gebouw van de wereld. Totaan het metrostation waar ik eruit moest vond ik het wel, maar toen bleek mijn Chinees toch niet voldoende ontwikkeld te zijn en kon ik de korte weg naar mijn hostel niet vinden. Ik wist dat ik er bijna was, maar een aardige Taiwanees moest me redden en heeft me naar het hostel gebracht. Het was nog maar 100m lopen…

Nu zit ik in een hostel waar eigenlijk alleen maar mensen zitten die er voor langere tijd wonen. Ik ben toe aan een flinke dosis slaap, maar dan kan ik deze stad wel aan.