Tropischer kan haast niet

Om 7 uur werd ik opgehaald door de minibus. Die racete met een rotvaart naar de haven. Ik zat op een enorme ferry naar Koh Phi Phi. Meteen werd ik gelabeld met een rode sticker. Sommige mensen gingen nog door naar Koh Lanta of waren op een dagtrip en hadden dus een andere kleur. We stopten nog even in Maya Bay voor wat foto’s vanaf de boot. De hele baai lag al vol met boten. Mijn hostel lag gelukkig niet ver van de pier waar we aankwamen. Het centrum of de village is namelijk echt een doolhof. Er lopen smalle straatjes met aan weerszijden een overvloed van winkeltjes, tour bureaus, barretjes en guest houses. Mijn hostel is niet geweldig. Maar op Phi Phi is alles duur en vallen veel hostels tegen, dus ik doe het er maar mee. Het is eigenlijk meer een ruimte van twee verdiepingen die is vol gezet met bedden. Inchecken moet je in het restaurant ernaast.

Niet verkeerd, long beach

Niet verkeerd, long beach

Even later loop ik naar long beach, dat iets verder op het eiland ligt en te bereiken is via een junglepad. Dat betekent wel dat ik door alle resorts heen moet lopen. Overal staan schattige bungalows met hangmatten. Had ik er maar één. Ondertussen loop ik nog langs een paar idyllische strandjes en dan bereik ik long beach. Het water is veel helderder en minder vervuild dan in de village. Hier zitten de families en romantische stelletjes. Waar ik zit zitten overal proppers en kom je voor de party. De gemixte drankjes worden hier in emmers verkocht. Krijg je er wel meteen twee rietjes bij zodat je kunt delen. Dus ’s avonds sta je in de bar drinkspelletjes te spelen en kun je dansen op het strand. Voor het entertainment staan er wat mannen met brandende poi te zwaaien. Dan kun je je weg naar huis zoeken door het doolhof.

Loving the buckets

Loving the buckets

De volgende dag kun je met je brakke kop de tocht naar het Phi Phi viewpoint maken. Het start met een serie trappen en dan begrijp je meteen waarom men aanraad het voor 10 uur ’s ochtends te doen. Ik kwam bovenaan en het zweet rolde van mijn voorhoofd. Het uitzicht was wel fantastisch en dit was nog maar deel 1. Klom je nog verder dan kreeg je nog beter zicht. Wat niet iedereen door had, was dat je nog verder kon klimmen naar uitzicht 3. Dat pad was dan iets ruiger, maar bovenaan was een houten platform met huisje waar je je in de schaduw over het zicht kon verwonderen.

Het is even klimmen, maar dan heb je ook wat

Het is even klimmen, maar dan heb je ook wat

Heel iets anders om op Koh Phi Phi te doen is een boottochtje naar Maya Bay. Maya Bay is een mooie baai, maar heeft zijn roem toch vooral te danken aan de film ‘The Beach’. Voordat Leonardo di Caprio op dat strand neerplofte was het er waarschijnlijk echt nog een paradijsje. Nu is het vooral een spektakel voor halfnaakte toeristen, die struikelend over de stenen, het water inlopen en poseren. Mijn boot doet naast Maya Bay nog andere plekken aan, en hoewel Maya Bay mooi is, ben ik blij dat ik ook de andere plekken heb mogen zien. Het is namelijk veel minder druk in sommige van de andere baaien waar we even voor anker gaan.

Maya Bay

Maya Bay

Ik heb gekozen voor een kleine longtailboot met een kleine groep. In mijn boot zitten nog zes anderen en in een tweede boot zit een gezin van vier. Onze gids laat ons graag alle mooie uitzichtpunten zien en begint al ver van te voren te roepen dat we onze cameras klaar moeten hebben. Hij maakt zelf ook nog maar wat foto’s, mochten we het moment dan toch gemist hebben. Een ander deel van de tour bestaat uit snorkelen. Inmiddels heb ik al door dat in en uit de boot komen niet echt charmant gedaan kan worden. Ik plons/val het water in. Er zwemmen veel vissen en op de eerste plek zien we zelfs een hele hoop schattige zwartpunthaaibaby’s. Op de tweede plek zie ik een aantal zeepaardjes.

Zeepaardje in het water

Zeepaardje in het water

Als allerlaatste stoppen we nog even op Monkey beach. Deze heet dus zo omdat er apen op het strand lopen. Ook hier zijn er veel meer toeristen dan apen en een aantal van hun vindt het gewoon kunnen om die apen dan ook maar te voeren. Er wordt werkelijk alles gedaan om een selfie te krijgen en de apen zouden de mensen zowaar kunnen vlooien. Ik heb geen zin in hondsdolheid en blijf van een afstandje kijken, misschien nog wel meer naar de mensen dan naar de apen. En dan is het tijd om weer terug te gaan. We racen over het water terwijl er liters water in ons gezicht spatten. De longtailboot is misschien niet heel luxueus, maar het is wel een authentiek vervoersmiddel. “Het kan wel hard als een speedboat”, zegt onze gids, “maar de longtailboot is bedoeld om rustig, relaxt te varen.” Hij maakt de beweging van de golven met zijn hand. Dan is het tijd om afscheid te nemen.

Monkey beach, met de aapjes

Monkey beach, met de aapjes

Voor mij is het ook meteen afscheid van Koh Phi Phi. Ik kan me voorstellen dat je hier een ontzettend leuke vakantie kunt hebben. Je kunt voor een schijntje eten en in een leuke bungalow in je hangmat je boekje lezen. Af en toe pak je dan een veel te duur boottochtje of kun je duiken, snorkelen of kanoën. Als je uit wilt of souvenirtjes zoekt ga je naar de village. Maar om nou in die village te verblijven. Mijn hostel zat niet direct in de feeststraat, maar Koh Phi Phi zal bij mij bijblijven als het eiland waar ik niet heb geslapen, zelfs niet toen ik het wilde.

Advertenties

“Schipbreuk”

Het was een beetje jammer dat mijn 4 islands tour mijn laatste tour was. Het was namelijk voor mij de minst indrukwekkende. Ik had gekozen om per longtailboot te gaan, aangezien dat goedkoper was. Ik werd als eerste opgehaald en vervolgens reden we het halve eiland over om mensen op te halen. Toen er echt niemand meer in de auto paste, reden we door naar old town. Onze boot lag verstopt achter een grote boot en mensen begonnen al met folders met plaatjes van longtailboten te zwaaien. We werden gerustgesteld dat we echt niet met de grote boot gingen en uiteindelijk voeren we weg met 21 mensen en lieten we de lange pier achter ons.

img_5111

Het was een uurtje varen naar het eerste eiland. Er lagen al 20 boten op een rijtje naast de kust. Wij sloten dus maar gewoon ergens aan. Het leek niet het mooiste plekje rond het eiland te zijn. In mijn snorkelspullen sprong ik in het water. Wat een teleurstelling. Ik zag grijs en zandkleurig koraal met hier en daar een visje. Je zwom gewoon maar wat rond. Als dit je eerste snorkelervaring is kan ik me voorstellen dat je er niets aan vindt. Op Koh Rok kon je ook echt op zoek naar allerlei plekjes en dan kwam de ontdekkingsreiziger in je naar boven. Hier kwam helemaal niks naar boven, dus klom ik al snel weer in de boot. Ook de tweede plek viel tegen. Het was er minder druk en er zaten iets meer vissen, maar het leek nog steeds maar een opvulling van tijd. Als je kunt snorkelen op twee plekken dan kun je er een 4 island tour van maken en dat klinkt toch veel beter dan een 2 island tour.

Uiteindelijk ging de tour voornamelijk om de Emerald cave. Hier zwem je door een opening in de rotsen naar een idyllisch strand. Zo had ik me dat voorgesteld. Ik had natuurlijk kunnen weten dat die grote opening een levensgevaarlijke grot met golven was. We moesten allemaal een zwemvest aan en de gids had een hoofdlamp op. Ok… De zee was aardig wild en de golven sloegen op de rotsen. Zwemmen werd alleen maar moeilijker met zo’n zwemvest, maar als je hoofd dan op een rots slaat en je raakt bewusteloos, dan blijf je tenminste drijven. Echt. Zo voelde het. Bij de ingang van de grot zwom een man om je te vertellen snel de grot in te zwemmen. Je moest het zo’n beetje timen met de golven. Er gingen ongeveer 50 man tegelijk naar binnen. Het was pikdonker en als je dan af en toe een straaltje licht van een zaklamp zag, zag je hoe laag de stalactieten hingen en hoe riskant dit eigenlijk was. Maar onze gids nam zelfs een meisje mee dat niet kon zwemmen.

Ik voelde me alsof we schipbreuk hadden geleden. Daar zwom je dan in een wilde zee, waardoor je vrij weinig controle had. Het was donker en je hoort de golven op de rotsen slaan en het geschreeuw van mensen. Omdat je niet ziet waar iedereen is krijg je regelmatig een schop of verkoop je iemand anders er een. En dan zie je eindelijk het lichtpuntje aan het einde van de tunnel. Ik voelde me hier meer Leonardi di Caprio dan in Maya Bay. Hier was het niet zo druk. Hier kon je met de boot niet komen. Dit was echt een verscholen paradijsje. Het strand was omringd door hoge kliffen die bedekt waren met groen en lianen. Je zag alleen maar rotsen om je heen en dan het wilde water dat uit de grot kwam en kleine golven maakte die naar het strand rolden. Even kon ik genieten. Helaas was er ook maar één weg terug. De hele meute zwom weer door de grot, gillend en giechelend, met iets van nervositeit. Toen was het toch wel prettig om weer in de boot te klimmen.

We hadden nog één eiland te gaan en dat was het grootste van allemaal. Hier was een lang strand met een aantal resorts eraan. We kregen lunch op de pier waar we aanlegden en konden daarna nog even van het eiland genieten. Om half drie ging de boot weer richting Koh Lanta, onder luid gebrom van de motor. Na een douche ging ik weer naar het kleine avondmarktje in Saladan. Er staat een familie die buffet serveert. Voor 50 baht koop je een bordje dat je dan zelf mag vullen. Je kunt er ook nog extra satéstokjes met vlees bij kopen. Je kunt er dus goedkoop eten. Ze hebben een aantal tafeltjes en stoeltjes neergezet en ik heb er regelmatig een praatje gemaakt met andere toeristen. Een veel betere optie dan een restaurant!

 

Alle kanten van de jungle

We hadden pech, maar eigenlijk ook ontzettend veel geluk. Het weer was niet echt goed. Er hingen dikke wolken in de lucht toen we naar het meer reden. Bij het meer kwamen er allemaal busjes bij elkaar en vormden we een grote groep. Onze gids Check bracht ons naar de boot. Het was een uur varen naar onze accommodatie. Het was dan ook een enorm meer. Uit het water rezen gigantische blokken met gele steen, begroeid met jungle. Het was wel jammer dat we geen strakblauwe hemel hadden. Dat zou het plaatje compleet maken. Ik zat aan de zijkant van de boot en die ging zo hard dat ik regelmatig een klets water over me heen kreeg.

dscn5179

Onze huisjes lagen hemelsbreed eigenlijk niet zo ver van het hostel, maar je kon er alleen op de lange manier komen. Alles lag er op het water, gebouwd op grote boomstammen en was bereikbaar via kleine bruggetjes. Er was ook een grote overdekte ruimte waar gegeten kon worden. Ik vond een hutje met de Nederlandse Ellis en ging daarna even zwemmen. Het water was warm, maar toch verfrissend. Na het lunchen gingen we op pad in de jungle.

Op een klein stukje varen lag de Nam Ta Lu grot. We moesten een uur lopen over een redelijk vlak, maar modderig terrein. Een paar keer staken we een rivier over, dus nat werden je voeten toch wel. Het maakte dus eigenlijk niets uit hoeveel je door de modder liep. Hoewel er veel mensen over het pad lopen was het vaak toch smal omdat de jungle dichtbij kwam en moest je bukken voor lianen en tussen de bamboe slalommen.

dscn5220

Vlak voor de grot konden we onze spullen achterlaten. De grot zou namelijk erg nat zijn. Gewapend met hoofdlampjes gingen we verder. Ik was verteld dat de grot vrij groot was, maar groot is duidelijk voor alle mensen een ander begrip. Hoewel het vaak wel hoog was, was het soms toch aardig smal en moesten we ook over stenen omhoog klimmen. Er liep water door de grot en op kleine stukjes moest je zelfs zwemmen. Als het regent kun je de grot niet in, want dan kan het water heel snel stijgen. We probeerden er dan ook snel doorheen te komen omdat de wolken er dreigend uitzagen.

En dit was dan het geluk bij de pech. Het regende nog niet, dus we zijn allemaal weer heelhuids de grot uit gekomen. Ik ben wel blij dat ik het gedaan heb, maar mijn keel kneep zich aardig dicht daar beneden. Het stonk er ook ontzettend want er waren heel veel vleermuizen. Om terug te komen bij onze spullen, en uiteindelijk de boot, moesten we nu toch een heel stuk langer door de jungle lopen.

dscn5243

Bij onze hutjes konden we nog net even droge kleren aandoen voordat we op avondsafari gingen. Dat stelde helaas echt niets voor. Er lag een boot voor ons die twee keer stopte en dus stopten wij ook. We zagen makaken en hornbill vogels. Daarna voeren we doelloos over het water. De gids probeerde niet eens iets te vinden. Hij zat een beetje achterin naar zijn nagels te kijken. Ik vond sowieso dat we maar weinig zagen vergeleken met andere jungle ervaringen. Ik zag zelfs niet zoveel insecten. Het eten die avond was wel super. Er stond van alles, maar de massaman curry was echt top. De avond duurde wel nog lang. Uiteindelijk ben ik vrij vroeg naar bed gegaan.

’s Ochtends werd ik wakker van het getik van de regen. Het hield maar niet op. We zouden om half 7 opstaan, maar niemand had ons wakker gemaakt, dus Ellis en ik gingen er vanuit dat de ochtendsafari niet door zou gaan. Om 5 over 7 maakte ik de deur open om naar de wc te gaan. “Are you coming?” hoorden we vanaf de boot. Huh? We gingen dus wel varen. We waren niet de enigen die last minute aan kwamen rennen. Het was echt alleen een rondje varen. Die dieren waren natuurlijk niet opgestaan in die heftige regen.

dscn5284

Na het ontbijt begon het nog eens extra hard te regenen, maar we moesten toch gaan. Gelukkig zat ik in het midden van de boot. Mensen om me heen zaten verstopt onder regenjassen en stukken plastic. Nou. Dit zou een leuke hike worden. Bij de plek van de wandeling aangekomen bleken er ook maar negen mensen geïnteresseerd om te gaan in deze regen. Over small planken en steigertjes liepen we de stromende regen en de jungle in. Het had wel iets.

We klommen een behoorlijk stuk omhoog over een pad waar het water naar beneden stroomde. Het tempo zat er goed in en dus stopten we ook af en toe om van het uitzicht te genieten. En dan bedoel ik, om even naar de wolken te staren en te bedenken wat het uitzicht had kunnen zijn, terwijl je onder een echte regenwoud douche staat. Binnen een paar minuten was ik al kleddernat. Al mijn kleren plakten tegen mijn lichaam. Maar door het lopen hielden we ons wel warm.

dscn5300

Eenmaal boven kwamen we weer bij een grot. Deze was een stuk groter. Het zag er best mooi uit, maar het was super glad bij de ingang. We gingen niet heel ver de grot in, eigenlijk alleen het hoekje om. Net genoeg om in het pikkedonker te staan. Even deden we ook allemaal onze zaklamp uit en daarna hadden we dus goed nachtzicht op alle vleermuizen. We waren op zoek naar beestjes. Er zit namelijk standaard een grote slang in de grot, maar vandaag was die nergens te bekennen. Die is met al die regen natuurlijk ook dieper zijn hol in gekropen en zit aan de warme chocomel. We zagen wel een hoop spinnen.

dscn5307

De weg naar beneden ging in een supertempo. Bij de aanlegplaats voor de boot zat de rest van de groep kou te lijden. Gelukkig voor ons allemaal was de lunch klaar. Die nasi ging er goed in! Pas daarna kregen wij het ook koud. Drogen zouden we niet totdat we weer in het hostel waren. We moesten eerst nog met de boot en nog in de auto. Het werd een oncomfortabele rit, maar die warme douche in het hostel was dan ook extra lekker!

Het is allemaal Wat dag

Op pier 13 stapte ik op de boot richting Grand Palace. Er is vee verkeer op het water. Ik weet dat ik op pier 9 eruit moet, maar eerst stoppen we een hoop aan de andere kant van het water. Ik voelde me net vee op de boot. Het leek echt alsof de bootmensen tegen ons snauwden “come on, come on. Keep going. All the way to the back. The back! Go to the back!” Het zal vooral wel de taal barrière zijn met een lichte frustratie. De eerstvolgende stop aan de ‘goede’ kant is pier 9, dus ik stap uit. Ik twijfel een beetje want bijna alle toeristen blijven gewoon zitten. Al snel kwam ik echter in de drukte rondom het Grand Palace. Ik was al verbaasd dat het gewoon open was aangezien de koning nog niet zo lang geleden is overleden. De jongen van de receptie zei dat sommige gedeeltes gesloten waren en dat je je wel respectvol moest kleden. Er was een strikte dress code. Even omkleden dus voordat ik ging, met een lange broek en een zwart shirt.

img_4678

Er was een hele hoop politie op de been. Het zal normaal al wel erg zijn, maar volgens mij was er nu extra. Om op de omringende straat te komen, die vrijwel gesloten was voor verkeer, moest je je paspoort laten zien. Gelukkig accepteerden ze mijn rijbewijs ook. Daarna moest je door de metaaldetector en werd je tas doorzocht. Ik was nog niet eens in het paleis! Daar werd mijn tas nog een keer doorzocht en werd er een groen lintje aan gehangen. Je werd trouwens ook wel geroepen als je niet goed genoeg gekleed was. “You! Too short!” Je kon dan kleding huren. Er liepen veel mensen met olifanten op hun broek.

Daarna was ik binnen. Maar ik was niet de enige. Het straatje was gevuld met tourgroepen waar af en toe wat losse mensen tussen liepen. Ik volgde de meute maar en uiteindelijk vond ik het ticket office. Er was bijna geen rij, vanwege al die groepen natuurlijk. Ook kwam ik al snel mijn eerste Wat, of tempel, binnen: Wat Phra Kaew, ooit gebouwd als privé tempel voor de royals. Nu hing er een bordje dat om stilte vroeg, maar het was echt een apenkooi. Het bekendste in het complex was het gebouw waar de Emerald Buddha in staat. Hij heeft dire verschillende kleren en volgens mij was hij nu in winterornaat. Hij schitterde van het goud, maar dat was er sowieso in overvloed. Het eerste dat ik zag was een enorme gouden stoepa. Alles was al mooi versierd, met bloemen en patroontjes en schilderingen. Ook stonden overal standbeelden, sommigen als bewakers zodat het kwaad de tempel niet in komt. Ze zagen er soms uit alsof ze uit de Pirates of the Carribean film waren gestapt. Ik heb in de tempel al een dik uur rondgelopen.

img_4670

Daarnaast kun je naar een niet bijzonder interessante muntencollectie kijken ne naar een museum over kleding. Dat was echt heel leuk. Er hingen jurken van de koningin, maar ook kleding die gebruikt wordt in het Khon dansen. Ongelofelijk hoeveel lagen die aan moeten en hoe ingewikkeld het is. Sommige naden worden nog dicht genaaid nadat de person de kleding heeft aangedaan.

Achter het paleis ligt Wat Pho. Ik liep via de langste weg om het paleis heen. Hier stonden allemaal tentjes die gratis eten of drinken uitdeelden. Er waren zoveel Thaise mensen. Nog steeds komen ze in grote getalen om hun koning te eren. Soms lijkt het zelfs alsof ze een leider volgen. Ze zijn helemaal gekleed in het zwart en staan dan lang te wachten om überhaupt de tempel in te komen. Bij de muur rondom de tempel is een soort overkapping. De muur is helemaal beschilderd met verhalen. Er worden alleen maar Thaise mensen toegelaten onder de overkapping. Of ze ook nog ergens ingaan is me een raadsel. Af en toe wordt het voorste gedeelte van de mensen eruit gelaten en loopt de rest door. Ik zie veel mensen zitten. Het zal dus wel een lange procedure zijn.

img_0844

Wat Pho is bekend om zijn liggende Buddha. Dat is dan ook verreweg het drukste deel van het tempelcomplex. De Buddha ligt in een tempel en je kunt er rondomheen lopen. Een goede foto krijgen lijkt onmogelijk. Vanwege de vorm van het gebouw kun je het alleen van zijn hoofd of zijn voeten proberen. Het is een heel gedring bij Buddha’s hoofd. Een stukje van zijn benen is met doeken afgedekt. Ze zijn eraan aan het werken. Achter de Buddha kun je muntjes kopen om die vervolgens voor wat geluk over een hele rij bakjes te verdelen.

De laatste Wat van de dag, Wat Arun, staat grotendeels in de steigers. Daardoor is het niet zo leuk als de eerste twee Wats. Om er te komen pak je de boot naar de overkant. Dat is dan wel leuk. Vanaf de kade aan de andere kant heb je ook echt een ontzettend leuk uitzicht over de rivier. Even overwoog ik terug te lopen naar het hostel. Qua tijd kon dat wel. maar mijn arme voeten hebben al blaren van de nieuwe sandalen. Toch maar de boot. Voor 14 baht, minder dan 50 cent, is dat toch veel beter!

Dit verhaal is nog uit Bangkok. De volgorde van de verhalen klopt misschien niet helemaal met waar ik precies ben. Ik zit inmiddels alweer in het zuiden van het land. Morgen stap ik op de boot naar Koh Phi Phi. Hopelijk is het weer daar iets beter!